Opbouw master

Spannend!! Je gaat (bijna) beginnen aan je coschappen! Maar hoe zit deze eigenlijk in elkaar en wat kun je verwachten?

Vorm van de master
In de master Geneeskunde loop je veertien verschillende coschappen, verdeeld in tien episodes. Deze doorloop je met een vaste cogroep van maximaal 30 studenten. De episodes bestaan in de regel uit één tot drie weken voorbereidend Centraal Klinisch Onderwijs (CKO-voor), dan één of enkele coschappen en afsluitend een week van reflectie en evaluatie (CKO-na). Dit wordt het ‘sandwichmodel’ genoemd, je leert in de voorbereidende weken precies die vaardigheden en theorie die je nodig zult hebben gedurende het daaropvolgende coschap. Het coschap zelf wordt afgesloten met twee gesprekken, een kennis- en een evaluatiegesprek.

De coschappen worden gelopen bij verschillende afdelingen en ziekenhuizen. De hoeveelheid coassistenten die per coschap bij hetzelfde ziekenhuis terecht kunnen verschilt van 1 tot 10. De eerste twee jaar van de master bestaan uit de kerncoschappen: stages van twee tot acht weken op verschillende afdelingen die je in vaste volgorde doorloopt:

  • Interne Geneeskunde (8 weken)
  • Neurologie (4 weken)
  • Psychiatrie (4 weken, met daarna een vakantie van 4 weken)
  • Heelkunde (8 weken)
  • Kindergeneeskunde (4 weken, met daarna een vakantie van 2 weken)
  • Verloskunde en Gynaecologie (5 weken)
  • SEH (2 weken)
  • KNO (2 weken)
  • Dermatologie (2 weken)
  • Ouderenzorg (4 weken, met daarna een vakantie van 4 weken)
  • Huisartsgeneeskunde (8 weken)
  • Verdiepingscoschap ( 4 weken)

In het laatste deel van je opleiding is ruimte om je coschappen zelf in te vullen. Je kunt (een van) deze stages ook in het buitenland doen:

  • Seniorcoschap (3 maanden)
  • Keuzecoschap (3 maanden). Je kunt deze drie maanden gebruiken om op meerder plekken coschap te lopen.

Tijdens de masteropleiding Geneeskunde doe je ook zelfstandig wetenschappelijk onderzoek. Dit kan aan het begin of aan het einde van je masterprogramma. De onderzoeksstage, inclusief het schrijven van je scriptie, duurt minimaal drie en maximaal zes maanden en kun je in Nederland maar ook in het buitenland doen. Als je ervoor kiest je wetenschappelijke stage te verlengen, kun je hiervoor één of meerdere maanden van je keuzecoschap gebruiken.

Wachttijd
De kans is groot dat je tussen je bachelor en master een wachttijd hebt. Je kunt deze wachttijd verkleinen door dus je onderzoeksstage – die je normaal aan het einde van je opleiding doet – voorafgaand aan je coschappen te doen. Hetzelfde geldt voor je keuzecoschap, wat dan keuzevakken zullen worden. Daarnaast is wachttijd natuurlijk een mooie kans om je te ontwikkelen buiten je studie, bijvoorbeeld door te reizen, vrijwilligerswerk te doen in het buitenland of een bestuursjaar te doen. Lees er meer over op de website van de SOOS. 

‘Nieuwe’ master
In 2019 is de nieuwe master van start gegaan. Deze is wat betreft opbouw voor een groot deel hetzelfde als de oude master. Met name de inhoud van de voor- en nablokken is anders. Waar in het oude curriculum nog veel lichamelijk onderzoek en consultvoering moest worden aangeleerd, is dat in het nieuwe curriculum al veel meer in de bachelor geïntegreerd. Professionele ontwikkeling tijdens de voor- en nablokken heeft nog een grotere rol krijgen dan eerder. Daarnaast is een groot verschil dat er niet langer kennisgesprekken meer op locatie zijn, maar er een toets in het nablok is die voor iedereen hetzelfde is. Wel blijft er een functioneringsgesprek tijdens het coschap zelf. Een ander groot verschil is de omschakeling van papieren feedback (in een boekje) naar feedback op een tablet.

Meer informatie over de master van geneeskunde lees je hier.

Opbouw master