Onprofessioneel gedrag stagebegeleiders

Inleiding

Deze meldingsregeling maakt deel uit van het beleid van het Onderwijsinstituut van het Radboudumc en is bedoeld voor studenten geneeskunde die te maken hebben met onprofessioneel gedrag van begeleiders resp. arts-docenten tijdens een stage. Hieronder valt elk gedrag tegenover patiënten of collega’s dat van een bekwaam begeleidend arts niet verwacht mag worden en de werk- of leersituatie nadelig kan beïnvloeden. Deze regeling kan als stappenplan gebruikt worden in de meldingsroute van onprofessioneel gedrag en past binnen het streven van het Onderwijsinstituut naar een goede en veilige leer- en werksituatie voor haar studenten. Voorop staat dat de belangen van alle betrokkenen worden gerespecteerd en dat de afwikkeling zorgvuldig geschiedt.

Stappenplan melding

Onderstaand stappenplan is bedoeld als richtlijn. Er kan van worden afgeweken wanneer de situatie daarom vraagt. De ernst van het gedrag kan bij het doorlopen van de verschillende stappen meegewogen te worden. Het Onderwijsinstituut pleit er voor om bij onprofessioneel gedrag van een begeleidend arts-docent:

1. Het gedrag allereerst bespreekbaar te maken met de arts in kwestie;
2. Wanneer dit niet mogelijk is de situatie voor te leggen aan de verantwoordelijke coassistentenopleider van de stage binnen de instelling;
3. Wanneer ook dit niet mogelijk of onwenselijk is de verantwoordelijke affiliatiecoördinator of de contactpersoon van de betreffende stage-instelling in te schakelen, als in deze functie is voorzien;
4. Indien bovenstaande opties onvoldoende resultaat opleveren of onwenselijk zijn is aan te raden om de melding door te leiden naar de stagecoördinator in het Radboudumc die voor de betreffende stage is benoemd.

Onprofessioneel gedrag stagebegeleiders